Wat doe ik met mijn leven
14Hier is nog een voorbeeld. Een man gaat op reis. Hij roept zijn dienaren bij zich, en hij geeft hun de opdracht om voor zijn geld te zorgen. 15De ene dienaar krijgt een miljoen, de tweede een half miljoen en de derde honderdduizend. De heer geeft elke dienaar het bedrag dat bij hem past. Dan gaat hij op reis.
16De dienaar die een miljoen gekregen heeft, gaat meteen aan het werk. Hij handelt met het geld en verdient er een miljoen bij. 17De dienaar die een half miljoen gekregen heeft, doet hetzelfde. En hij verdient er een half miljoen bij. 18Maar de dienaar die honderdduizend gekregen heeft, graaft een gat in de grond. En hij verstopt het geld van zijn heer.
Twee dienaren hebben het goed gedaan
19Na een lange tijd komt de heer terug. Hij wil weten wat de dienaren met zijn geld gedaan hebben. 20De dienaar die een miljoen gekregen heeft, komt bij de heer. Hij geeft hem ook het tweede miljoen en zegt: ‘Heer, u gaf mij één miljoen. Kijk, ik heb er één miljoen bij verdiend.’ 21Dan zegt de heertegen hem: ‘Uitstekend! Jij bent een goede en trouwe dienaar. Je hebt trouw gezorgd voor een klein bedrag. Daarom krijg je de leiding over grote en belangrijke zaken. Kom nu naar mijn feest.’
22Ook de dienaar die een half miljoen gekregen heeft, komt bij de heer. Hij zegt: ‘Heer, u gaf mij een half miljoen. Kijk, ik heb er een half miljoen bij verdiend.’ 23Dan zegt de heer tegen hem: ‘Uitstekend! Jij bent een goede en trouwe dienaar. Je hebt trouw gezorgd voor een klein bedrag. Daarom krijg je de leiding over grote en belangrijke zaken. Kom nu naar mijn feest.’
Maar die laatste dienaar reageert uit angst!
‘Ik kan dat niet!, dus begraaf ik het maar’!.
‘Ik was bang dat ik uw geld zou verliezen!’
Angst! Feitelijk verklaart hij zijn heer daarmee als dood. Net als de verloren zoon die zijn vader dood verklaart. Hij beantwoord het in hem gestelde vertrouwen met ontrouw en ongeloof.
Uit de relatie met zijn heer. Hij denkt alleen aan zijn eigen angst. Ook uit de relatie met de naaste! Hij riep geen hulp in (de bank). En waar waren de andere dienaren? Hij vroeg zich niet af hoe zij het dan fixten.
En je ziet wat de gevolgen zijn: hij zit zo gevangen in die kerker van angst dat zelfs God aan zijn zicht onttrokken was. Net als bij Adam na de zondeval. Dat is dat duister waar de kunstgebitten klapperen.
De derde dienaar wordt gestraft
24Maar dan komt de dienaar die honderdduizend gekregen heeft. Hij zegt: ‘Heer, ik weet dat u streng bent. Voor u is het nooit genoeg, u wilt altijd meer. 25Ik was bang dat ik uw geld zou verliezen. Daarom heb ik het verstopt in de grond. Kijk, hier is al uw geld terug.’ 26Dan zegt de heer tegen hem: ‘Jij bent een slechte en luie dienaar! Jij zegt zelf dat het voor mij nooit genoeg is en dat ik altijd meer wil. 27Waarom heb je mijn geld dan niet naar de bank gebracht? Dan had ik het nu met rente terug kunnen krijgen.’
28De heer zegt tegen zijn knechten: ‘Pak het geld van hem af en geef het aan de dienaar die een miljoen verdiend heeft. 29Want iedereen die veel heeft, krijgt nog meer. Zo krijgt hij meer dan genoeg. Maar wie bijna niets heeft, raakt ook het laatste nog kwijt. 30Breng deze waardeloze dienaar ver weg! Breng hem naar de donkerste plaats, waar iedereen huilt van ellende en spijt.’’
Ik denk dat ik mezelf ook veel te veel trek in die kerker van angst.
Er zijn mij ook mooie (en moeilijke) dingen toevertrouwd! Hij gelooft in mij! Waarom geloof ik dan zo weinig in mezelf?
En ja: mensen doen mij pijn. Die trappen mij diep op mijn ziel. Maar dan mag ik terug naar Exodus 20:1. Ik ben een bevrijd mens! Hoewel ik me niet eens voor een kwart kan voorstellen wat dat is, een bevrijd leven... we leven nog in gebrokenheid.
Maar ik bén bevrijd. En van daaruit mag ik kiezen om God lief te hebben én de mensen (óók degenen die me pijn doen). Samenvatting van de 10 woorden na de herinnering dat je bevrijd bent.
In het verhaal van de toren van Babel is ook angst in het spel. Er moet een machtscentrum (een stad) met een religieus centrum komen (de toren). En macht (controle over een ander willen uit oefenen is altijd uit angst en zelfbehoud (ik weet er alles van.... En het moet gebeuren met allemaal eenheidsworsten. Allemaal gelijksoortige bakstenen. God bouwt met natuursteen! Als er liefde is, is er ruimte voor ieders eigenheid en uniciteit. En het bouwen vergt passen, meten, oog voor de omgeving. Niet elke steen past naast elke steen. Vervelende uitsteeksels. Zo ervaar je ook de mensen die je pijn doen. Als het dan niet bij elkaar past, kun je er purschuim (liefde!) tussen doen. Ik besefte dat ik dus qua structuur van mijn steen niet per definitie bij een andere natuursteen hoef te passen. Of een ander niet bij mij. Soms kom je op een andere plek te liggen. Met andere buur-stenen om je heen. Of met een dikke laag purschuim er tussen. Dat je er beiden aan werkt om wel in verbinding met elkaar te blijven. Niet met pijn reageert op andermans gedrag vanuit angst, maar vraagt aan de ander ‘waar ben je? Hoe gaat het met je? Hoe kan ik je helpen? Wat heb je nodig? ‘ Ik mag mijn angst voor afwijzing omzetten in het liefhebben van die ander - die soms keuzes maken die pijn doen (is iets anders dan lief vinden) en accepteren dat elke natuursteen zo uniek is, dat je soms wat verder uit elkaar ligt. Dat het uiteindelijke bouwwerk dan nog véél mooier wordt!!!
Kiezen voor deze liefde is verantwoordelijkheid nemen voor wat me is toevertrouwd. In plaats van slachtoffer te zijn van wat me overkomt. Dan verklaar ik mijn heer voor dood. Begraaf ik de liefde. En leef in een kerker van angst/zelfbehoud. Ja, dat is mijn oorspronkelijke natuur. Van iedereen sinds de zondeval. Maar ik kán elke seconde kiezen voor liefde. Rust en ontspanning geeft het inzicht, dat ik niet in die kerker hóef te leven en een andere steen niet per definitie bij me hoeft te passen, maar ik met behulp van purschuim wel mag liefhebben.
Doorgaan naar hoofdcontent
Leven uit genade...een leven samen met God
BeantwoordenVerwijderen