Er was een voor.... en en na...

In deze blog neem ik je mee terug naar de dag nĂ¡ Hemelvaart 2019 voor mijn allereerste vliegreisje van mijn leven voor een paar dagen Athene met oudste. 

Het was mijn eerste vliegreisje en ik was er zĂ³ bang voor en had zĂ³ weinig vertrouwen in een goede afloop ervan dat er in mijn hoofd en agenda een vĂ³Ă³r en een nĂ¡ was gekomen. 
Alles wat nĂ¡ 4 juni viel, zette ik in mijn gedachten een dikke vette D.V. bij (Deo Valente = zo de Heer het wil; bij leven en welzijn).  

Tijdens het opstijgen van het vliegtuig, kneep ik mijn ogen stijf dicht. Alsof dat het moment was dat ik alle controle mĂ³est loslaten. 
Het uitzicht was mooi. Maar als dan weer het besef van de hoogte kwam waarop we vlogen (vanaf deze hoogte is de klap als we neerkomen ongenadig dodelijk), ging er weer een golf vsn angst door mijn lijf. 
Het is niet zozeer de angst om dood te gaan, maar eerder de manier waarop. 



De dagen in Athene waren geweldig mooi. Hoewel het door de gedeelde foto’s op fb leek of we heel wat afliepen, viel dat in de praktijk wel mee. We konden best lang hangen op een bankje of terrasje. Gemiddeld wandelde ik niet meer dan ik thuis soms gebruikelijk ben om te doen. 
En dan hier uitgespreid over een hele dag. 

We hebben heel wat tempels van goden gezien. 
Opgegraven hoofden van Zeus en Aros. 
Archeologie. 
Cultuur. 
Geschiedenis. 
De laatste nacht droomde ik zelfs dat oudste een Griekse God was. 



We klommen ook naar het hoogste punt van de Filopappou Hill. 



Aan de voet van de Acropolis lag de Areopagus Hill. 
Vanaf die kleine heuvel had je zicht op de Acropolis. 



En ik voelde onmiddellijk verwantschap met Paulus temidden van de vele vele tempel-ruĂ¯nes en bijbehorende afgoden beelden: 

‘NBV Handelingen 17:16-34
16 Terwijl Paulus in Athene op hen wachtte, raakte hij hevig verontwaardigd bij het zien van de vele godenbeelden in de stad. 17 In de synagoge sprak hij met de Joden en met de Grieken die God vereerden, en op het marktplein ging hij dagelijks in debat met de mensen die hij daar aantrof. 18 Onder hen waren ook enkele epicurische en stoĂ¯sche filosofen, van wie sommigen zeiden: ‘Wat beweert die praatjesmaker toch?’ Anderen merkten op: ‘Hij schijnt een boodschapper van uitheemse goden te zijn, ‘omdat ze dachten dat hij predikte over Jezus en een godin die Opstanding heette. 19 Ze namen hem mee naar de Areopagus en zeiden: ‘Kunt u ons uitleggen wat die nieuwe leer is die door u wordt uitgedragen? 20 Want wat u zegt, klinkt ons vreemd in de oren; we willen graag weten wat u bedoelt.’ 21 Alle Atheners en de vreemdelingen die er wonen hebben immers voor haast niets anders tijd dan voor het uitwisselen van de nieuwste ideeĂ«n. 22 Paulus richtte zich tot de leden van de Areopagus en zei: ‘Atheners, ik heb gezien hoe buitengewoon godsdienstig u in ieder opzicht bent. 23 Want toen ik in de stad rondliep en alles wat u vereert nauwlettend in ogenschouw nam, ontdekte ik ook een altaar met het opschrift: “Aan de onbekende god”. Wat u vereert zonder het te kennen, dat kom ik u verkondigen. 24 De God die de wereld heeft gemaakt en alles wat er leeft, hij die over hemel en aarde heerst, woont niet in door mensenhanden gemaakte tempels. 25 Hij laat zich ook niet bedienen door mensenhanden alsof er nog iets is dat hij nodig heeft, hij die zelf aan iedereen leven en adem en al het andere schenkt. 26 Uit één mens heeft hij de hele mensheid gemaakt, die hij over de hele aarde heeft verspreid; voor elk volk heeft hij een tijdperk vastgesteld en hij heeft de grenzen van hun woongebied bepaald. 27 Het was Gods bedoeling dat ze hem zouden zoeken en hem al tastend zouden kunnen vinden, aangezien hij van niemand van ons ver weg is. 28 Want in hem leven wij, bewegen wij en zijn wij. Of, zoals ook enkele van uw eigen dichters hebben gezegd: “Uit hem komen ook wij voort.” 29 Maar als wij dan uit God voortkomen, mogen we niet denken dat het goddelijke gelijk is aan een beeld van goud of zilver of steen, het werk van een ambachtsman, door mensen bedacht. 30 God slaat echter geen acht op de tijd waarin men hem niet kende, maar roept nu overal de mensen op om een nieuw leven te beginnen, 31 want hij heeft bepaald dat er een dag komt waarop hij een rechtvaardig oordeel over de mensheid zal laten vellen door een man die hij voor dat doel heeft aangewezen. Het bewijs dat het om deze man gaat, heeft hij geleverd door hem uit de dood te doen opstaan.’ 32 Toen ze hoorden van een opstanding van de doden dreven sommigen daar de spot mee, terwijl anderen zeiden: ‘Daarover moet u ons een andere keer nog maar eens vertellen.’ 33 Zo vertrok Paulus uit hun midden. 34 Toch sloten enkelen zich bij hem aan en aanvaardden het geloof, onder wie ook een Areopagiet, Dionysius, een vrouw die Damaris heette en nog een aantal anderen. ‘(Deze bijbeltekst is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.) De EpicureeĂ«rs en de StoĂ¯cijnen hadden Paulus zelf meegenomen naar de Areopagus (vers 19), omdat hij ''een verkondiger van vreemde goden'' scheen te zijn. Hij verkondigde hun namelijk Jezus en de opstanding. Ze wilden er wel iets meer van weten. Daar knoopte Paulus intussen aan bij hun eigen godsdienst. Hij had hun heiligdommen gezien. Hij had het altaar gezien met het opschrift ''De onbekende God''. Die God wilde hij hun verkondigen, de God, die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is. Die God, die niet in tempels woonde, zoals daar in grote uitbundigheid op de Areopagus waren gebouwd, maar die woonde in tempelen ''niet met handen gemaakt''. Op onze weg door Athene werd ik telkens aan Paulus herinnerd en dacht ik eraan terug, dat hij de Grieken een Griek geweest is, zoals hij ook de Joden een Jood was. ''De Joden een Jood'' is een uitdrukking, die in de Schrift voorkomt (1 Kor. 9 : 20). De Grieken een Griek niet. Maar zonder dat we die uitdrukking letterlijk in de Schriften terugvinden, werd ik er door de boodschap, die Paulus bracht in Athene en andere plaatsen, wel degelijk aan herinnerd.
Gelukkig maakten we goede nachten. Dat hielp in het genieten overdag. 

We hadden ook een mega-ontspan dag. Een heuse cruise naar de prachtige eilanden Hydra, Phoros en Eugina. 






Wéér een afgodentempel. Ditmaal op Eugina. 


En op dat mega-luxe schip, was ik met mijn gedachten alweer bij Paulus. Ik zag hem varen op die Griekse wateren, stelde me de schipbreuken voor die hij leed (vertoevend op ons rustige water) en de vele stokslagen. 

2 korinthiers 11:25 



Best bijzonder hoe dichtbij Paulus ineens kwam. 





We verbleven overigens in het Areos hotel, vernoemd naar de (af)god Aros. 

Na een paar mooie dagen, was het tijd om op de late avond weer terug te vliegen. 


Onderweg vanuit het vliegtuig (geen idee waar).

Reeds boven Nederland. 

En of de terugreis nu beter ging dan de heenreis? Minder angst? 
Nee.... nauwelijks... 
Ik denk dat ik aardig wat vliegreisjes moet maken, wil het vertrouwen het winnen van de angst. Zoals gebruikelijk bij mij heeft dat meer tijd nodig dan gemiddeld. Meer tijd dan oudste gehoopt en gewild had. 
Oudste die zowel tijdens het vliegen als in Athene zich mentaal mijn vader voelde en verantwoordelijk voor mij. 
Dat maakte dat hij zich niet volledig kon ontspannen. 
In het vliegtuig was zijn hand, die ik stevig vastpakte, mijn redding. 
En in Athene was er de symbolische hand die mij met hem verbond. 

Maar ondanks dat, dankzij dat, hebben we samen enorm genoten. 




Reacties

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Mijn weekend en meer

Als achterom kijken pijn doet en vooruit kijken ook

Mijn vader heeft nog steeds zijn plek