Een droom en de uitleg
Ik had vannacht een nare droom.
Hoewel de droom bij nader inzien minder naar was, dan ik deed vermoeden toen ik wakker werd.
Ik droomde dat ik plotsklaps allerlei nare onderzoeken kreeg, waarvan de uitkomst zwart op wit vaststond. Namelijk dat ik in januari aanstaande zou komen te overlijden. Op de leeftijd van 51 jaar en 3 maanden (slechts 9 jaar ouder dan mijn vader werd).
Ik was onbehandelbaar ernstig ziek.
Een schok!
Een nachtmerrie!
Ik besefte dat ik nog maar kort de tijd had om van mijn geliefde afscheid te nemen.
Maar op de één of andere manier had ik er vertrouwen in dat dat goed kwam.
Dat we in 'vrede' uit elkaar kunnen gaan (voor zover je dood als vrede zien kunt...).
Wat me wel onmiddellijk dwars zat, was het feit dat ik dan zou sterven, zonder dat een aangerichte schade bij een broeder goed uitgepraat zou zijn. Zelfs al is er geen sprake van schuld. Dan nog staat dat tussen mij en de ander in. De noodzaak om dat uit te praten werd me in mijn droom ernstig op mijn hart gedrukt. Ik ging bij mijn man op de knieën en snikte het uit: 'hóe dan?!'.
Want de weg lijkt zo onmogelijk en gesloten. Maar het verdriet dat ik zó moest sterven te groot.
Mijn hoofd werd ingesmeerd met een soort van vreemd goedje dat op olie leek. In de hoop dat daarmee mijn leven gerekt kon worden en er nog voldoende tijd zou zijn om met mensen in het reine te komen. Doe het. Doe het nú. Dat werd luid en duidelijk tegen me gezegd.
Ik schrok me een hoedje toen ik ontwaakte...
Ik moest even beseffen dat ik geen terminale patiënt was, maar relatief gezond (op wat bijholte-problemen na) in mijn bed lag.
Ik ga er ook niet vanuit dat ik januari 2019 sterf.
Ik hóóp dat de droom in dat opzicht bedrog is.
Het jaagt me ook geen angst aan.
Ik weet waar ik heen ga, mocht het ooit mijn tijd zijn.
Maar ik verstond het wel gelijk als een profetische droom.
Het waren de woorden tegen mij dat ik dingen nog in orde moest maken, zolang dat nog kon.
En dan gaan we naar de kerk.
Dit is het onderwerp van de dienst:

Dominee Marco Luijk behandeld dit onderwerp aan de hand van Genesis 33.
Het verhaal waar Jakob - die de zegen van zijn broeder Esau had gestolen - na 21 jaar weer naar Esau toe gaat.
Hier kun je de preek van ongeveer 20 minuten zien. Voor de liefhebbers (wel van harte aanbevolen!):
Jakob heeft dit proces meegemaakt. Tijdens de worsteling bij de Jabbok zal hij diepgaand geconfronteerd zijn bij wat hij beschadigd heeft. Maar hij krijg geen veroordeling! Hij wordt gezegend. Al zal hij zijn hele leven aan de gevolgen herinnerd worden door de ontwrichte heup. Wat hij gedaan heeft, verandert niet. Dat kun je niet uitwissen. Wat verandert is, is het hart. Waardoor ze elkaar kunnen zién. Echt zien.
Wát een evangelie. Geen goedkope vergeving (zoals de dominee het in de preek noemde), maar vergeving na hartsverandering. Erover praten. Elkaars gevoelens respecteren. Recht doen aan elkaars gevoelens.
En wat mooi hoe dit thema zo langs verschillende wegen tot mij komt.
Ik zie de puzzelstukjes dan echt in elkaar vallen en geniet daarvan.
Hoewel de droom bij nader inzien minder naar was, dan ik deed vermoeden toen ik wakker werd.
Ik droomde dat ik plotsklaps allerlei nare onderzoeken kreeg, waarvan de uitkomst zwart op wit vaststond. Namelijk dat ik in januari aanstaande zou komen te overlijden. Op de leeftijd van 51 jaar en 3 maanden (slechts 9 jaar ouder dan mijn vader werd).
Ik was onbehandelbaar ernstig ziek.
Een schok!
Een nachtmerrie!
Ik besefte dat ik nog maar kort de tijd had om van mijn geliefde afscheid te nemen.
Maar op de één of andere manier had ik er vertrouwen in dat dat goed kwam.
Dat we in 'vrede' uit elkaar kunnen gaan (voor zover je dood als vrede zien kunt...).
Wat me wel onmiddellijk dwars zat, was het feit dat ik dan zou sterven, zonder dat een aangerichte schade bij een broeder goed uitgepraat zou zijn. Zelfs al is er geen sprake van schuld. Dan nog staat dat tussen mij en de ander in. De noodzaak om dat uit te praten werd me in mijn droom ernstig op mijn hart gedrukt. Ik ging bij mijn man op de knieën en snikte het uit: 'hóe dan?!'.
Want de weg lijkt zo onmogelijk en gesloten. Maar het verdriet dat ik zó moest sterven te groot.
Mijn hoofd werd ingesmeerd met een soort van vreemd goedje dat op olie leek. In de hoop dat daarmee mijn leven gerekt kon worden en er nog voldoende tijd zou zijn om met mensen in het reine te komen. Doe het. Doe het nú. Dat werd luid en duidelijk tegen me gezegd.
Ik schrok me een hoedje toen ik ontwaakte...
Ik moest even beseffen dat ik geen terminale patiënt was, maar relatief gezond (op wat bijholte-problemen na) in mijn bed lag.
Ik ga er ook niet vanuit dat ik januari 2019 sterf.
Ik hóóp dat de droom in dat opzicht bedrog is.
Het jaagt me ook geen angst aan.
Ik weet waar ik heen ga, mocht het ooit mijn tijd zijn.
Maar ik verstond het wel gelijk als een profetische droom.
Het waren de woorden tegen mij dat ik dingen nog in orde moest maken, zolang dat nog kon.
En dan gaan we naar de kerk.
Dit is het onderwerp van de dienst:
Dominee Marco Luijk behandeld dit onderwerp aan de hand van Genesis 33.
Het verhaal waar Jakob - die de zegen van zijn broeder Esau had gestolen - na 21 jaar weer naar Esau toe gaat.
Hier kun je de preek van ongeveer 20 minuten zien. Voor de liefhebbers (wel van harte aanbevolen!):
Jakob gaat naar Esau toe.
Maar niet zomaar.
Hij heeft eerst geworsteld bij de Jabbok. Hij keek in de spiegel van wat hij gedaan had. Worstelde met zichzelf en de gevolgen van de schade. Máár, nadat zijn heup na een nacht worstelen ontwricht werd, zij Jakob: 'ik laat U niet gaan, tenzij U mij zegent'. En gezegend ging hij op weg naar Esau.
Hij had een plan. Hij schonk eerst geschenk op geschenk vooruit. Stel dat Esau nog heel boos is. Dat zal hem vast milder stemmen (is in wezen dus niet vrij geven... er wordt iets voor terug verwacht...).
Vervolgens gaat hij zelf voorop. Die verantwoordelijkheid neemt hij.
Achter hem de volgorde van mensen die mogelijkerwijs opgeofferd moeten worden.
Eerst de bijvrouwen en de kinderen. Dan Lea en de kinderen en als laatste Rachel en de kinderen.
Maar Esau kwam al aangerend. Om hem te omhelzen. En ze weenden beiden.
Jakob zei tegen Esau: ik zie God in jouw aangezicht. Dat komt door zijn hartsverandering bij de Jabbok. Hij kan zijn broer nu echt zién.
Hij smeekt of Esau het alsjeblieft aanneemt. En omdat hij zo blijft aandringen doet Esau dat. Maar nodig was het niet meer.
Bij het horen van deze preek, komt mijn droom naar boven.
Wat verlang ik er ook naar om mensen die ik beschadigd heb ook van aangezicht tot aangezicht te zien. Met andere ogen. Met een ander hart. Elkaar omhelzen. En wenen.
Op ongeveer minuut 12, zegt de dominee: 'je beschadigt anderen, maar je wilt het niet', 'je doet anderen pijn, maar je wilt het niet', 'je beperkt anderen, maar je wilt het niet'.
Al is er in mijn geval geen sprake van schuld, maar van autisme: ook ik wil het niet en ben wel verantwoordelijk. Daarom doe ik ook mijn best voor ander gedrag. Omdat het me beROUWd. Ik rouw om wat ik gedaan heb, al ben ik me nauwelijks bewust wat.
Ik heb online verkeerde keuzes gemaakt.
Maar rouw en heb berouw van de keuzes voortkomend uit mijn autistische hart.
Mijn gedrag verandert.
Wat zou ik graag die ander tegemoet gaan - nu het nog kan (de waarschuwing in mijn droom!).
Wat verlang ik ook intens naar het van aangezicht tot aangezicht zien van mensen die ik beschadigd heb.
Dat het kán, daarin ben ik vandaag bemoedigd.
Dus hoop heb ik zeker.
Hoop dat de ander ooit bereid is het aan te nemen.
En wat ik nu ga schrijven is kwetsbaar.
Ik heb mensen op social media ontvolgd.
Ik wil niet telkens teleurgesteld worden bij het zien van dingen. Ik wil mezelf niet onnodig pijn doen daarin.
Maar heel af en toe, loop ik toch even zo'n tijdlijn door.
Niet omdat ik nieuwsgierig ben, maar omdat de ander het waard is om gezien te worden.
Zo zag ik deze post:
Met grote interesse heb ik de wijze reacties gelezen.
Met name deze reactie (een stukje er uit):
'In een cultuur van genade & waarheid (die twee moeten altijd samengaan) is immoraliteit reden voor nog diepere waarheid en kostbaarder genade. Dat betekent dat de immorele zondaar diepgaand geconfronteerd wordt met de gevolgen van zijn zonden en tegelijk wordt hij geconfronteerd met de prijs van kostbare genade (geen veroordeling terwijl dat wel terecht zou zijn). '
Wát een evangelie. Geen goedkope vergeving (zoals de dominee het in de preek noemde), maar vergeving na hartsverandering. Erover praten. Elkaars gevoelens respecteren. Recht doen aan elkaars gevoelens.
En wat mooi hoe dit thema zo langs verschillende wegen tot mij komt.
Ik zie de puzzelstukjes dan echt in elkaar vallen en geniet daarvan.
Het blijft mijn verlangen de mensen die ik beschadigd heb ook te zién. Al ben ik niet schuldig, ik ben wel verantwoordelijk. Ik bid er voor dat een ander het kan en wil aannemen. Ooit. Zolang de dagen ons nog gegeven zijn. Want elke dag is genadetijd. Dat is wat mijn droom me vertelde. Gebruik die tijd goed. Om elkaar te ontmoeten. Het aangezicht van God in de ander te zien.
Doorgaan naar hoofdcontent
Reacties
Een reactie posten