Gekleid!



Ik merkte dat er nog een stuk pijn zat bij een - op het oog - kleine gebeurtenis. 
Namelijk de dag dat Vincent al vóór dat hij drie werd met een busje opgehaald werd om naar een orthopedagogisch dagverblijf te gaan. 
Het was het eerste moment dat ik het gevoel had afscheid te moeten nemen van de gewone peuter die ik dacht dat hij zou zijn en ook nog wel zou worden. Nee, hij praatte nog niet. Maar dat zou vast wel komen. 
Het moment dat de taxi voor het eerst de straat uit reed en ik daar mijn kind in zag verdwijnen... 
Hij hoorde nog thuis...!!! 
Het kleiwerk beeld dat uit. De grote homp ben ik. Het kleinere hompje is Vincent. En mijn armen strekken zich uit, maar kunnen hem niet meer vasthouden. 

Sindsdien voel ik... op welke plek hij ook is.. hij nooit ‘thuis’ is... 

Door zijn autisme komt er niet echt verbinding tot stand. 
Ik wilde nog die thuis voor hem zijn. 
Maar ik voelde met het wegrijden van die taxi intuïtief aan dat hij een leven tegemoet ging dat ik van mezelf maar al te goed ken. 
Hij laat vaak en veel negatief gedrag zien. 
Hoe minder hij zich geworteld/thuis voelt (bij zichzelf), hoe erger dat gedrag wordt. 

Mijn therapeut stelde de vraag: ‘voel jij je thuis?’ 
Met een schok besefte ik dat dat ook slechts bij momenten is. En dan bedoel ik niet in een/mijn huis. Maar thuis in dit leven. Thuis met mezelf. 
Ik merk hoe verder ik van verbinding verwijderd ben, hoe minder ik me thuis voel. 
En dan bedoel ik ook niet eenzaamheid. Niet thuis voelen, voelt ook eenzaam. Maar eenzaamheid kan soms ook weer fijn zijn. Ik kan me prima zelf vermaken en kan het goed uithouden met mezelf. Dus eenzaamheid veroorzaakt niet het ‘niet thuis voelen’, maar het ‘niet thuis voelen’ voelt wel tergend eenzaam.. omdat het ook bijna altijd samenhangt met de onvervulde behoefte aan verbinding. Het lukt me niet in contact te zijn met de ander noch met mezelf.  

Als bijvoorbeeld iemand tegen mij zegt dat ik dram, voelt dat als de ‘pang’. Een steek in mijn maag. Omdat tot diep van binnen doordringt dat het zo niet hoort te zijn. Hoe het eigenlijk had moeten en kunnen zijn: een gewone gesprekspartner. Tegenstrijdige behoeften waardoor er telkens ruzie is en ik als drammer overkom. Degene die het tegen me zegt is ook niet schuldig aan mijn pijn. Mijn pijn komt voort uit mijn beperking. Daar ligt mijn pijn én mijn rouw erom. 
Voortdurende rouw. 
Levend verlies. 

Vooral op zulk soort momenten voel ik me niet thuis bij mezelf. Het zijn momenten van diepe eenzaamheid. 
Het klei-werk dat symbool staat voor mijn kind laten gaan, waarvan ik weet en voel: hij is ook zelden thuis. 
Een klei-werk wat mijn niet thuis voelen bij mezelf symboliseert. Een vreemde in mijn eigen figuurlijke huis. 

Ik schreef er dit gedicht over: 

Voel ik me thuis? 

Of ontheemd? 

In mijn eigen leven zelfs vreemd? 

Niet thuis, 

Ondanks een huis. 

Ontheemde, 

In mijn eigen leven een vreemde. 

Nooit ergens thuis te zijn 

en te voelen. 

Altijd op zoek. 

Maar nooit aankomen. 

Onrust. 

Van nooit te vinden. 

Onderweg naar… 

naar wat? 

naar wie? 

Op zoek blijven 

Liefde die niet kan beklijven. 

Op zoek blijven 

naar kleine stukjes thuis. 

Een steen. 

Een muur. 

Een schuur. 

Zal dat passen? 

Is dat de plek? 

Oh, wat schuurt dat 

en voelt dat gek. 

Onrustig trek ik verder. 

Totdat ooit de reis ten einde loopt 

en ik aankom in Vaders huis. 

Eindelijk thuis…!!!... naar ik hoop!!!


Ik las ook de songtekst van het lied ‘Sneeuw’ van Stef Bos. Een aangrijpend lied dat hij geschreven heeft over een vriendin die hij verloor aan een psychose: 

Stef Bos verloor beste vriendin aan psychose


Maar de tekst raakte me ook, omdat ik er ‘het niet thuis voelen’ in herken: 


Ik ben sneeuw... Ik ben wit

Ik ben de wolk gedragen door de wind
Waarnaar jij kijkt
Ik ga voorbij
Kijk uit mijn handen
Stroomt het bloed
Vanuit het niets zoals een roos
Die uit zichzelf naar het licht toe groeit
Ik ben de vader ik ben de zoon
Ik ben de boom
Waaruit het kruis is gemaakt
Ik ben het blad dat valt in de herfst
En vergaat op de vruchtbare grond
Waarop jij staat
Maar wees niet bang
Mijn waan is wit
Het donker ver
Ik ben geboren voor het licht
En ik leef in een ander land
Je weet niet wat je mist daar
Je weet niet wat je mist daar
Aan de overkant
Ik ben de toekomst en ik kijk
Dwars door je heen
Ik zie jouw leegte
Jouw leven alleen
Onthecht ontheemd
Ik wil jouw bewaren
Voor een donkere weg
En een hart van steen
Ik ben de wijn die jij drinkt
Ik dring tot diep binnen jou in
Tot wie jij bent
Tot daar waar jij jezelf nooit hebt gekend
Ik raak mezelf in jou kwijt
Ik ben de ruimte, ik ben de tijd
Maar wees niet bang
Mijn waan is wit
Het donker ver
Ik ben geboren voor het licht
En ik leef
In een ander land
Je weet niet wat je mist daar
Je weet niet wat je mist daar
Aan de overkant
En jij zit daar onrustig
En jij kijkt langs mij heen
En ik hoor in alles wat je zegt
De stem van iemand
Die bang is voor zichzelf
Niet in de leegte durft te kijken
En de stroom niet meer vertrouwt
Zich niet laat leiden
Door de stem van een engel
Die alleen maar wil vragen
Om los te laten
Wat je gevangen houdt
Jij die niet
Verloren durft te zijn
Jij zit daar en
Je kijkt naar mij en je zegt
Dat je me niet begrijpt
Maar ik ben het papier
Waarop jij schrijft
Dat je mij mist
Ik ben elke beweging van jouw hand
Die lijnen tekent
Zonder betekenis
Ik ben het laatste woord
Dat tussen ons zal vallen
Ik ben de liefde die jij niet wou leven
Ik heb mezelf voorbij de grens van wie ik ben
Gegeven




Reacties

  1. Mooi beschreven. Wat fijn dat je zoiets kan uiten in klei. Op zoek naar thuis zijn tot jij en ook Vincent Thuis zijn.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ontheemd, maar eenmaal zal het volmaakt vrede zijn. Een Thuis die door de hemelse Vader bereidt is voor allen die nu niet zonder Hem kunnen.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Mijn weekend en meer

Als achterom kijken pijn doet en vooruit kijken ook

Mijn vader heeft nog steeds zijn plek